Terug

Tonny Berentsen: Mijn Jeugd, de basis voor wat ik doe

tonny 25jrsIk ben geboren en getogen in het plaatsje Loo, een klein dorp achter de dijken van de Rijndat nauwelijks 1.000 inwoners telt. Daar, in dat kleine dorp, ligt mijn grootste inspiratie. Er was een kerk, een kroeg, een buurtwinkel en verder niks. Nou niks? Om het dorp heen waren heel veel boerderijen. De mensen die in het dorp woonden werkten bijna allemaal op het boerenland. Binnen de dijken was er akkerbouw en achter de dijken stonden de landen vol met vee. Van jongs af aan werd ik, in tegenstelling tot de stadsjongens, van alle kanten beïnvloed door deze natuurlijke omgeving.

Ik was altijd buiten en speelde
vaak bij de boerderij. Als de boer even een handje nodig had, stond je het vee binnen te halen of een stuk grond om te ploegen. Ondertussen leerden ze me van alles over koeien, schapen, varkens, het houden van kippen en noem maar op. De tuinders hadden grote kassen met de mooiste groenten waar ik nog nooit van gehoord had. Ik hield van dit buitenleven en dat doe ik nog steeds.

Ik ben geboren en getogen in het plaatsje Loo, een klein dorp achter de dijken van de Rijn, dat nauwelijks 1.000 inwoners telt. Daar, in dat kleine dorp, ligt mijn grootste inspiratie. Er was een kerk, een kroeg, een buurtwinkel en verder niks.
Nou niks? Om het dorp heen waren heel veel boerderijen. De mensen die in het dorp woonden werkten bijna allemaal op het boerenland. Binnen de dijken was er akkerbouw en achter de dijken stonden de landen vol met vee. Van jongs af aan werd ik,
in tegenstelling tot de stadsjongens, van alle kanten beïnvloed door deze natuurlijke omgeving.

Ik was altijd buiten en speelde
vaak bij de boerderij. Als de boer even een handje nodig had, stond je het vee binnen te halen of een stuk grond om te ploegen. Ondertussen leerden ze me van alles over koeien, schapen, varkens, het houden van kippen en noem maar op. De tuinders hadden grote kassen met de mooiste groenten waar ik nog nooit van gehoord had. Ik hield van dit buitenleven en dat doe ik nog steeds.

Toen ik een jaar of 8 was begon ik met mijn eerste groentetuin. Het was een uitdaging om zelf groenten op te kweken om ze daarna klaar te maken. Mijn vader wees me een hoekje aan in de tuin, waar ik het maar mee moest doen. Sperziebonen, sla, wortels, tomaatjes en aardbeien…ik weet het nog precies. Voor de tomaatjes had ik een klein kweekkasje gemaakt en ging ik de competitie
aan met de grote kassen in de buurt. Mijn tomaten zullen zoeter zijn dan die van hen!

Elke dag was ik druk met mijn groenten. Als de zaadjes uitkwamen en er ontstond daadwerkelijk een plantje met echte tomaatjes, was ik zo trots als een pauw en liet ik ze de hele buurt proeven. Mijn moeder leerde mij tomatensoep maken van
mijn eigen teelt, als de tomaten toch niet zo zoet waren als ik had gehoopt, deed mijn moeder er stiekem een beetje suiker bij. Dat vertelde ze me pas jaren later. Het was heerlijk om te rommelen met die plantjes en stekjes. Na enige tijd zocht
ik een nieuwe uitdaging. Ik besloot kippen, geiten en konijnen te fokken. Het erf waar mijn vader een aannemersbedrijf had, leek op een gegeven moment dan ook meer op een boerderij.

Het uitgangspunt voor het runnen van ‘mijn boerderijtje’, was niet het opkweken van plantjes of het grootbrengen van
dieren …nee… iets lekkers maken met deze producten. Dat wilde ik!

Samen met mams heb ik uren in de keuken gestaan en leerde ze me het bereiden van groenten en vlees. Het belangrijkste wat ze me heeft meegegeven was smaak. Ze liet me proeven hoe de mooie ingrediënten moesten smaken. Toen ik een beroepskeuze moest maken, dachten veel mensen dat ik de agrarische sector in zou gaan en, eerlijk gezegd, dat had ook heel goed gekund.
Naast het aannemersbedrijf van mijn vader hadden mijn ouders ook een café waar ik veel heb geholpen.

De combinatie van het horecabloed, de fascinatie voor alles wat leeft en bloeit én het plezier van het lekker maken
van mooie producten liet mij geen andere keuze: ik word kok!

Tonny Berentsen, Chef Kok

Pagina 18, kookboek Inspiratie»»